April 2011 - Wijziging wetgeving opspatafscherming | Intertruck
 
Home / April 2011 - Wijziging wetgeving opspatafscherming

Tags

opspatafscherming
wijziging wetgeving
trucks
motorvoertuigen
aanhangers
truck onderdelen

April 2011 - Wijziging wetgeving opspatafscherming

 

Op 29 oktober 2010 is richtlijn 91/226/EEG in werking getreden voor de opspatafschermingssystemen bij bepaalde categorieën motorvoertuigen en aanhangwagens. Vanaf dan gelden de eisen uit deze richtlijn voor nieuwe typen voertuigen.

Op 9 april 2011 treedt richtlijn 2010/19/EG in werking als aanvulling op richtlijn 91/226/EEG. Hierin staan andere eisen met betrekking tot de bevestiging van de opspatafscherming: bepaalde maten en hoeken zijn anders ingevuld.

 

Voor welke voertuigcategorieën geldt de wijziging?

N2: Motorvoertuigen voor het vervoer van goederen met een maximummassa van meer dan 7½ ton

N3: Motorvoertuigen voor het vervoer van goederen met een maximummassa van meer dan 12 ton

O3: Aanhangwagens en opleggers met een maximummassa tussen de 3½ en 10 ton

O4: Aanhangwagens en opleggers met een maximummassa van meer dan 10 ton

 

Per wanneer is de wijziging van kracht?

De wijziging is van kracht per 9 april 2011 en heeft betrekking op onderstaande uitvoeringsdata van 91/226/EEG.

 

Categorie Uitvoeringsdatum
  Nieuwe voertuigen Bestaande voertuigen
Incomplete en complete voertuigen 29 oktober 2010 29 oktober 2012
Voertuigen voor special doeleinden 29 oktober 2010 29 oktober 2012
Voltooide voertuigen N2, N3 29 oktober 2012 29 oktober 2014
Voltooide voertuigen O3, O4 29 oktober 2011 29 oktober 2013

 

Wat verandert in de nieuwe wetgeving?

  • Het type goedkeuringsmerk dient, ook na montage, duidelijk leesbaar en onuitwisbaar te zijn aangebracht op de opspatafscherming.
  • De afstand (c) tussen buitenzijde band en binnenrand zijafscherming mag niet meer dan 100 mm bedragen.
  • Het spatbord moet een minimale breedte (q) hebben van de band (b) of, bij dubbel lucht, de gehele breedte (t) van twee banden bedekken.
  • De breedte van de spatlap moet gelijk zijn aan afmeting (q) behalve indien de spatlap zich binnen het spatbord bevindt. Dan moet de spatlap ten minste even breed zijn als het loopvlak van de band of banden. Voor het gedeelte aan de binnenzijde van het spatbord geldt een tolerante van 10 mm.
  • De afstand tussen het hoogste en het laagste punt van het opspatafschermingssysteem moet op alle punten achter een verticale lijn door het midden van het wiel minimaal 45 mm bedragen. Daarvóór mag deze afstand geleidelijk afnemen.
  • Bij enkele of meervoudige assen moet de voorrand zich in voorwaartse richting uitstrekken tot de lijn O-Z die ten opzichte van het horizontale vlak een hoek van ten hoogste 45° mag bedragen. De achterrand mag niet meer dan 100 mm boven een horizontale lijn door het middelpunt van het wiel eindigen.
  • Bij meervoudige assen geldt het voorschrift voor de hoek van lijn O-Z alleen voor de voorste as en het voorschrift voor de achterzijde alleen voor de achterste as.
  • Bij enkele assen mag de afstand vanuit het hart van de as tot aan de onderrand van het spatbord niet meer zijn dan onderstaande afstanden en stralen:
     
  • Luchtvering
    • Gestuurde of volgwielen, vanaf de voorrand tot aan de achterrand (C-A): Rv ≤ 1,5 R
    • Niet gestuurde wielen, vanaf de voorrand tot aan de achterrand (C-A): Rv ≤ 1,25 R
  • Mechanische ophanging
    • Algemene regel: Rv ≤ 1,8 R
    • Voertuigen > 7½ ton: Rv ≤ 1,5 R

Bovenstaande geldt niet voor meervoudige assen. Hier mag de zijafscherming van het hart van voorste wiel naar het hart van het achterste wiel horizontaal doorlopen.

De maximumhoogte van de onderrand van de spatlap tot aan het wegdek mag niet meer dan 200 mm bedragen. Voor de achterste as mag dit maximaal 300 mm zijn als dit gezien de technische kenmerken van de ophanging toelaatbaar wordt geacht (roll on/off ferries).

 

Publicatiedatum: 
zaterdag, september 1, 2012